Onderbouw

​​​​Talenten herkennen
Leerlingen leren meer en beter als ze actief met de leerstof bezig zijn. Tijdens de lessen gebruiken we dan ook vaak werkvormen waarin de toepassing van leerstof centraal staat. Om zelfstandig te kunnen werken,hebben leerlingen vaardigheden nodig. In speciale Da Vinci Zelfstandigheidsuren ontdekken leerlingen welke vaardigheden zij nodig hebben en hoe zij deze kunnen toepassen.
In de onderbouw worden veel verschillende vakken gegeven. Leerlingen zien vaak de samenhang tussen de verschillende vakken niet. Wij helpen ze daarbij door het werken aan projecten, het werken in leergebieden en het aanleren en toepassen van vakoverstijgende vaardigheden. Door samen te werken, ontdekken zij hoe belangrijk sociale en communicatieve vaardigheden zijn. Naast de gewone lesstof om de kennis te vergroten, zorgen onze keuzevakken ervoor dat leerlingen hun talenten op andere gebieden ontdekken.

Keuzevakken
Leerlingen met een sportieve inslag kunnen kiezen voor sport. Leerlingen die creatief zijn, kiezen voor kunst. Leerlingen die willen onderzoeken hoe de wereld in elkaar zit, kiezen voor science of techniek. Leerlingen die dansend door het leven gaan, kiezen voor dans. Vinden leerlingen zingen leuk en willen ze leren een instrument te bespelen, dan kunnen ze kiezen voor muziek. Leeringen die alles wel zouden willen kunnen dan ook nog voor theater​ kiezen. En tot slot, leerlingen die ambities in de sport hebben, kunnen kiezen voor Highschool sport.

Voor ons is het belangrijk dat de leerlingen zicht krijgen op eigen mogelijkheden en interesse. Voor een deel ervaren zij dat in de lessen. Daarnaast bieden we loopbaanoriëntatie en -begeleiding aan. We leren ze daarbij verantwoord een keuze te maken voor een vervolgopleiding of een latere beroepsuitoefening. Iedere leerling werkt aan een eigen digitaal loopbaandossier, met o.a. een beroepeninteressetest. Ook maken leerlingen praktisch kennis met de beroepsgerichte afdelingen. 

De ontdekkingstocht naar eigen mogelijkheden en interesses wordt intensief begeleid door de mentor, de decaan of eventueel de zorgcoördinator. In het loopbaandossier houdt de leerling zelf de ervaringen, verslagen, keuzes en resultaten bij. Dit dossier geeft de leerling uiteindelijk de kans om zélf de vragen: ‘Wie ben ik? Wat wil ik? Wat kan ik?' te beantwoorden. In het vmbo ​wordt aan het eind van het tweede leerjaar bepaald welke leerweg een leerling gaat volgen. Dit is afhankelijk van de capaciteiten (wat kan ik?) en de keuze (wat wil ik?).

​​