Aanpak

Mentorles
Met name in de eerste drie leerjaren heeft de mentor een spilfunctie. Hij of zij fungeert als vraagbaak, vervult de centrale rol bij opvang en begeleiding en houdt contact met ouders. De leerling wordt direct vanaf het begin goed gevolgd. Vanaf klas vier krijgt de leerling een mentor die hem of haar naar het examen begeleidt.
Eenmaal per week krijgen leerlingen van klas een tot en met drie een les van de mentor. Hierin leren zij met behulp van een methode de noodzakelijke
studievaardigheden. Aan de hand van de gedragscode leren zij om te gaan met sociale processen in de klas. Tijdens dit uur wordt ook gewerkt aan de oriëntatie op verdere studiemogelijkheden en beroepen. Naast dit lesuur worden individuele gesprekken gevoerd met de mentor.
Aan het begin van het schooljaar kunt u met de mentor van uw kind kennismaken tijdens de ouderavonden die voor de diverse klassen georganiseerd worden.
Het hele jaar door zijn er contacten mogelijk tussen u en de mentor van uw kind. Wilt u zelf een mentor of een docent spreken? Dat kan. Bel gewoon voor een afspraak. SteunlessenVoor leerlingen van klas 1 en 2 die moeite hebben met Nederlands, wiskunde, Engels, Frans of Duits wordt een deel van de DVZ-uren gebruikt voor extra uitleg.

Hulp bij faalangst of dyslexie
Voor leerlingen die extra zorg nodig hebben zoals hulp bij faalangst is deskundigheid in de vestiging aanwezig. Voor dyslexie heeft de school een eigen beleid. Per jaar verschijnen in alle klassen 6 rapportages waarop de behaalde resultaten staan vermeld. Vier keer per jaar wordt u door middel van ons bulletin op de hoogte gehouden van het wel en wee van onze vestiging. Ouders ontvangen aan het begin van elk schooljaar de schoolwijzer, waarin belangrijke zaken die hen aangaan vermeld staan.


Ouderavonden

Aan het begin van het schooljaar is er voor alle ouders een ouderavond, waarin aandacht wordt besteed aan de inrichting van het onderwijs in het betreffende leerjaar. Jaarlijks organiseert de ouderraad een thema-avond voor alle ouders. Studie- en beroepskeuzeoriëntatie op Studie en Beroep vormt een belangrijk onderdeel van de Basisvorming. Het is van belang om leerlingen zo snel en efficiënt mogelijk op het juiste spoor van voortgezette studie of beroep te zetten. De leerlingen worden door de speciaal daarvoor ontworpen lessen (Optie) geleidelijk aan vertrouwd gemaakt met de mogelijkheden en eisen van studie- en beroep. In de tweede of derde klas moeten zij dan een verantwoorde keuze kunnen maken. Belangrijk daarbij is dat de leerling zicht heeft gekregen op eigen interessen, mogelijkheden en beperkingen.

 

Studieplanner
De taken die worden opgegeven worden geleidelijk groter. Ook de periode waarover de taken worden opgegeven neemt toe. In de brugklas wordt voor alle vakken een weektaak opgegeven. In de tweede klassen wordt gewerkt met taken over een periode van twee weken. Dit vereist een goede studieplanning van de leerlingen. Uiteraard krijgen ze daarbij hulp van hun mentor. In hun studieplanner leren de leerlingen de taken zo op te schrijven dat zij direct zien welke delen van hun werk thuis gemaakt kunnen worden en welke delen op school. Al spoedig blijkt dat zij zich in deze manier van werken goed kunnen vinden.

Studievaardigheden, kennen en kunnen

Om zelfstandig te kunnen werken en leren worden vaardigheden aangeleerd. Er zijn vakspecifieke vaardigheden, maar ook vakoverstijgende vaardigheden als het leren plannen, woordjes leren, teksten lezen en samenvatten etc. Dit aanleren gebeurt met behulp van een bepaalde methode die gedurende de gehele basisvorming
gebruikt wordt. De mentoren lichten de nieuwe vaardigheden toe. De vakdocenten zien toe op toepassing ervan. Kennis moet kunnen worden toegepast.