Onderwijsaanbod

Vakken in de Brugklas

Nederlands                                             Frans
Engels                                                   Geschiedenis
Aardrijkskunde                                       Wiskunde
Biologie                                                  Muziek
Tekenen                                                 Bewegingsonderwijs
Mentoruur                                              Filosofie (vwo)


 

De brugperiode, onderwijs op maat
Op het Leonardo College start je in een VWO, HAVO/VWO, MAVO/ HAVO of een MAVO-klas.

De MAVO-klas
De MAVO-klas is bedoeld voor leerlingen met een uitgesproken advies VMBO-theoretische leerweg en een bijbehorende CITO-score van minimaal 532 punten.

De MAVO/HAVO-klas
De MAVO/HAVO-klas is bedoeld voor leerlingen van wie op basis van de CITO-score en het advies van de basisschool nog niet geheel duidelijk is wat het uiteindelijke niveau zal zijn, MAVO of HAVO.
Om in deze klas geplaatst te worden is tenminste een MAVO/HAVO-advies en een CITO-score van minimaal 535 punten vereist.

De HAVO/VWO-klas
De HAVO/VWO-klas, is bedoeld voor leerlingen van wie op basis van de CITO-score en het advies van de basisscholen nog niet geheel duidelijk is wat het uiteindelijke niveau zal zijn, HAVO of VWO. Om in deze klas geplaatst te worden is minimaal een HAVO-advies nodig en een CITO-score van minimaal 537 punten.

De VWO-klas
De VWO-klas is bedoeld voor leerlingen met een uitgesproken VWO-advies en een CITO-score van minimaal 542 punten. De indeling van de klassen wordt gemaakt aan de hand van de adviezen van de basisscholen, de toetsuitslagen en de wensen van ouders en leerlingen. De school beslist over de plaatsing van een leerling in een bepaalde brugklas. Aan het einde van de brugklas en van het tweede leerjaar wordt zorgvuldig nagegaan welk type onderwijs het meest geschikt is.

In het derde leerjaar moet de juiste determinatie hebben plaatsgevonden. Van brugklas tot en met examenklas is er een continue en intensieve studie- en leerlingbegeleiding. In alle klassen hebben leerlingen een klassenmentor. Deze mentor stimuleert leerlingen, helpt ze problemen op te lossen en houdt contact met de ouders over het welbevinden en de resultaten van hun kinderen.
Leerlingen van de klassen één en twee hebben zo weinig mogelijk lesuitval. Is een docent ziek dan neemt een collega de les over, of wordt het rooster aangepast.